Christelijk onderwijs dreigt verplettert te worden door de gelijkheidsdrang van D66, VVD en PRO. Afbeelding gegenereerd met AI.
Gaat kabinet-Jetten dan toch de onderwijsvrijheid inperken?
De vrijheid van onderwijs “is een fundament in onze grondwet”. Kabinet-Jetten sprak geruststellende woorden bij aantreden in februari. Toch pakken donkere wolken zich samen.
Onderwijsvrijheid ondergeschikt aan gelijkheid
Na de zomer behandelt de Tweede Kamer een in december 2025 aangenomen motie om te onderzoeken of de onderwijsvrijheid (artikel 23) ondergeschikt gemaakt kan worden aan artikel 1 van dezelfde Grondwet. Deze motie komt van de VVD’er Arend Kisteman. Zijn partij is nooit gecharmeerd geweest van onderwijsvrijheid, maar schaarde zich in Den Haag tot nu toe meestal aan de kant van het CDA. Het ligt voor de hand dat een liberale partij met “vrijheid” in de naam, de vrijheid boven de gelijkheid stelt. De VVD-motie brengt wat dit betreft een totale omwenteling: voortaan is gelijkheid leidend en vrijheid ondergeschikt. Het is een stap op weg naar wat rechtsfilosoof prof. Andreas Kinneging de DDR-isering van Nederland noemt.
Kabinet gaat er enthousiast mee aan de slag
Het kabinet had de motie-Kisteman naast zich neer kunnen leggen, zoals vaak gebeurt. Maar uit een Kamerbrief van staatssecretaris Judith Tielen en minister Rianne Letschert blijkt dat de regering op dit moment verkent “hoeveel ruimte er is om tot nadere normstelling te komen ten aanzien van de spanning tussen het overdragen van een eigen mens- en maatschappijvisie binnen het bijzonder onderwijs en de gelijke behandeling.” De verkenning wordt grondig aangepakt, want het informeren van de Kamer is uitgesteld tot het najaar.
Gelijkheid als nieuwe geloofsbelijdenis
Terwijl onderwijsvrijheid ingeperkt wordt, krijgt gelijkheid een steeds grotere rol toebedeeld. Wat begon als het grondwettelijke recht om als burger door de overheid in gelijke gevallen gelijk behandeld te worden, neemt nu de gestalte aan van een nieuwe geloofsbelijdenis. De genderideologie is een intrinsiek onderdeel van dit credo, sinds linkse partijen "seksuele gerichtheid" in artikel 1 van de Grondwet hebben gezet. Daarmee is de deur opengezet naar het aanpakken van christelijke scholen als zijnde 'ongrondwettelijk' en 'ondermijnend voor de rechtsstaat'.
Toch weer de zondagsschoolpolitie?
Wie de Kamerbrief verder leest, stuit op een oude bekende: het wetsvoorstel voor informeel onderwijs, in de Haagse wandelgangen ook wel de “zondagsschoolpolitie” genoemd. De Tweede Kamer torpedeerde het idee vorige zomer, maar nu meldt het kabinet weer te werken aan “wetgeving om toezicht op informeel onderwijs mogelijk te maken en daarmee te voorkomen dat buitenlandse mogendheden informatie verspreiden die ingaat tegen de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en aanzet tot haat, geweld en/of discriminatie.”
Aanpak van salafisme en Chinese beïnvloeding kan kerken treffen
Zo wordt de deur weer op een kier gezet voor een verregaande staatscontrole over kerken. Wat als een Chaldeeuws-katholieke geloofsgemeenschap in Nederland banden onderhoudt met organisaties in Irak? Gaat de Onderwijsinspectie dan controles uitvoeren op de catechese? Het is iedereen duidelijk dat van deze gemeenschap geen gevaar uitgaat. Wel van Chinese weekendscholen die door Peking worden aangestuurd en salafistische Koranscholen die door Arabische sjeiks worden gefinancierd. Kerken dreigen nu over één kam geschoren te worden, met ingrijpende gevolgen voor hun vrijheden.
Thuisonderwijs onder vuur
Onderwijsvrijheid wordt in Nederland geregeld via artikel 23 van de Grondwet, die ouders het recht geeft om voor hun kinderen een school te kiezen die in lijn is met hun levensovertuiging. Is een dergelijke school er niet, dan kunnen ouders via artikel 5.b van de Leerplichtwet een vrijstelling van de leerplicht krijgen. Zij kunnen vervolgens thuisonderwijs geven. Hiermee erkent de wet dat onderwijs een gewetenszaak is, waarbij eerbiediging van de levensovertuiging zelfs zwaarder weegt dan de leerplicht.
Gewetensbezwaarde ouders worden vervolgd door de overheid
Thuisonderwijs is daarmee feitelijk een wettelijk recht. Maar dat zint de overheid niet. Die vindt dat teveel ouders gebruik maken van artikel 5.b. Daarom zetten wethouders en leerplichtambtenaren ouders onder druk om hun kind naar school te sturen – en daarmee hun geweten te schenden. Ouders worden hierbij bedreigd met strafvervolging en soms zelfs uithuisplaatsing van hun kinderen. De thuisonderwijskwestie wordt in rap tempo de nieuwe toeslagenaffaire.
Lees ook: Thuisonderwijs: overheid intimideert ouders die hun wettelijk recht gebruiken
Hoge Raad legt tijdbom onder bijzonder onderwijs
De hetze tegen thuisonderwijs is aangewakkerd door de Hoge Raad, die op 21 april heeft gevonnist dat vrijgestelde kinderen maar naar de openbare school moeten. Die is immers neutraal. Hiermee legt de Hoge Raad een tijdbom onder de vrijheid van onderwijs, waarschuwt mr.dr. Joke Sperling in NRC. “De redenering van de Hoge Raad laat zich gemakkelijk doortrekken,” aldus de juriste. “Wie garandeert dat het argument dat neutraal onderwijs volstaat, later niet wordt gebruikt om de bijzondere school zelf ter discussie te stellen, bijvoorbeeld bij het aanvragen van bekostiging voor een nieuwe school van een bepaalde overtuiging?“
'Kind wordt losgezongen van de ouders'
Het vonnis van de Hoge Raad is gevaarlijk voor christelijke scholen, maar uiteindelijk ook voor ouders. In de argumentatie van de hoogste rechter zit “een gevaarlijke tendens om het kind los te zingen van de ouders,” zo stelt thuisonderwijsactiviste Erna J. Stelma-de Jong in Reformatorisch Dagblad. Het kind wordt steeds meer als een zelfstandig rechtssubject gezien. Wat zijn belang is, wordt niet meer primair door de ouders bepaald. De overheid werpt zich op als hoeder van het ‘kinderrecht’. De nadruk ligt niet meer op het recht van ouders op levensbeschouwelijk passend onderwijs, maar op het recht van het kind om goed onderwijs te krijgen. Wie kan op dat laatste nu tegen zijn? In de uitwerking van dat ‘leerrecht’ komen ouders echter steeds meer buitenspel te staan.
Links schuwt schending van grondrechten niet
Stelma-de Jong: “Deze strijd gaat ten diepste over de vraag: wie bepaalt welk onderwijs kinderen krijgen? Het is een botsing tussen de wensen van de overheid om alle kinderen ”neutraal” staatsonderwijs te geven en het (nog steeds) wettelijke gezag van de ouders.” Op school, in de kerk en zelfs thuis dreigt de overheid haar – feitelijk seculier-links-liberale – ideologie op te dringen. Leraren, geestelijken of ouders die deze ideologie tegenspreken, moeten door de recent aangenomen conversiewet rekening houden met strafvervolging. Dat deze wet volgens de Raad van State “in strijd met de grondrechten” is, heeft D66, VVD en PRO niet weerhouden van het aannemen. Als dat het voorland is van de onderwijsvrijheid, dan houden we ons hart vast.
Laatst bijgewerkt: 30 juni 2026 10:36