Een nieuwe peiling laat zien dat de meeste Nederlanders tegen genderbehandelingen zijn
Maurice de Hond publiceerde op 11 augustus een nieuwe peiling over 'genderzorg' in Nederland. Bron afbeelding: DWDD, Maurice de Hond, CC BY 3.0, Wikimedia Commons. Samengevoegd met een kunstmatig gegenereerde grafische weergave van een van de vragen.
Maurice de Hond publiceerde op 11 augustus een nieuwe peiling. Nederlanders staan duidelijk sceptischer tegenover zogenaamde ‘genderzorg’ dan het regeringsbeleid van de afgelopen decennia zou doen vermoeden.
Gezondheidsraad erkent onzekerheden
Op 30 juni publiceerde de Gezondheidsraad een langverwacht rapport over ‘genderzorg’ voor minderjarigen. Hoewel de raad geen aanleiding ziet om de huidige Nederlandse aanpak fundamenteel te wijzigen, erkent deze dat belangrijke kennis ontbreekt over de langetermijneffecten van puberteitsremmers en hormonen, en over spijt en detransitie. In een opiniestuk in Trouw waarschuwden Pieter Omtzigt en medeondertekenaars juist voor de onzekerheden rond deze ingrepen. Naar aanleiding van dit debat onderzocht Maurice de Hond hoe Nederlanders denken over ‘genderzorg’ voor minderjarigen.
Kan een arts voorspellen of een transitiewens blijvend is?
In zijn peiling legde Maurice de Hond de respondenten zes vragen voor. Op de vraag “Denkt u dat artsen betrouwbaar kunnen voorspellen of de wens van een kind of jongere om van geslacht te veranderen blijvend is?” gaf slechts 19% van de ondervraagden een stellig ‘ja’. De verschillen naar stemgedrag zijn opvallend. Onder stemmers van PRO en D66 werd deze vraag respectievelijk met 50% en 46% beaamd. De achterban van het CDA, waarvan 16% met ‘ja’ antwoordde, staat op deze vraag opvallend dichter bij rechtse kiezers dan bij de achterban van D66 en PRO.
Een scherpe politieke tweedeling
Respondenten werd gevraagd hoe zij aankijken tegen puberteitsblokkers, hormonen en operaties om het lichaam aan te passen aan het gewenste geslacht. Deze vraag liet de scherpste politieke tweedeling zien. Van alle respondenten antwoordde 26%: “Hiermee kan het lichaam het gewenste uiterlijk krijgen.” Daartegenover stelde 44% dat geen mens van geslacht kan veranderen en dat deze ingrepen daarom geen zin hebben. Dat is vanzelfsprekend. Geslachtsverandering is biologisch onmogelijk. Dit psychisch leed behandelen door het lichaam met operaties en medicaties te vervormen is bovendien in strijd met de door God gegeven menselijke natuur. Uitgesplitst naar partijvoorkeur antwoordde bijna 60% van zowel de PRO- als D66-stemmers dat met deze ingrepen het gewenste uiterlijk verkregen kan worden. Dat staat in schril contrast met driekwart van de Nederlanders die het daar stellig mee oneens zijn of het niet weten.
Twee derde wil een terughoudender beleid
De Hond eindigde de peiling met een verwijzing naar Engeland en Zweden. Beide landen zijn terughoudender geworden met het toepassen van onomkeerbare schadelijke ingrepen. Op de vraag of Nederland ook terughoudender moest worden, antwoordde twee derde van de ondervraagden bevestigend. Zelfs onder kiezers van linkse partijen was dit het meerderheidsstandpunt. Hoewel een ruime meerderheid van de Nederlanders tegen ingrijpende behandelingen is en voor een terughoudender beleid pleit, is het politiek Den Haag jarenlang gelukt om toch progressief beleid door te drukken. Vooral VVD en CDA, die de genderideologen keer op keer aan een meerderheid helpen, zullen van deze peiling moeten leren en hun koers moeten aanpassen.
Laatst bijgewerkt: 13 augustus 2026 15:57