Onderwijsvrijheid wijkt voor lhbt-dwang

NRC Handelsblad opende de perscampagne tegen de christelijke Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem, maar andere media sprongen er enthousiast op in. (Screenshot WNL Vandaag)

Onderwijsvrijheid wijkt voor lhbt-dwang

Het PvdA-voorstel om een acceptatieplicht in te voeren voor het bijzonder onderwijs, is afgekeurd door de Raad van State. Het OM ziet af van vervolging van de Gomarus Scholengemeenschap wegens vermeende LHBT-‘discriminatie’. Maar intussen eigent het kabinet zich vergaande wettelijke bevoegdheden toe om naar eigen inzicht direct op scholen in te grijpen. Wat blijft er van de onderwijsvrijheid over?

Nederlandse onderwijsvrijheid

Kortom, het beeld, hoe verwarrend ook, laat bij nader inzien toch een duidelijk vector zien: in de richting van een verdere ondermijning van de onderwijsvrijheid zoals die traditioneel in Nederland bestaat. Die onderwijsvrijheid heeft zich ontwikkeld tegen de tijdgeest in. Na de Franse revolutie en de daarop volgende Napoleontische bezetting van Nederland leek de revolutionaire erfenis ervoor te zorgen dat vanuit de overheid alleen nog maar openbaar onderwijs kon worden geregeld. Katholieken en protestanten wilden echter scholen met een heldere eigen confessionele identiteit waar ouders hun kinderen met een gerust hart naar toe konden sturen.’

Stukje échte diversiteit

Deze ‘schoolstrijd’ duurde tot de onderwijspacificatie van 1917. Vanaf dat moment konden confessionele scholen gelijke aanspraak maken op overheidsfinanciering als de openbare scholen. Hoewel de meeste confessionele scholen dat tegenwoordig slechts nog in naam zijn, houdt met name een aantal protestants-christelijke scholen vast aan een eigen heldere identiteit. In een seculariserende tijd zijn zij daarmee teken van tegenspraak geworden: een stukje échte diversiteit.

GIG WhatsApp-banner

Seksuele stoornissen en afwijkingen

Precies om die reden is artikel 23, dat deze diversiteit mogelijk maakt, socialisten en D66-achtige linksliberalen een doorn in het oog. Hetzelfde geldt voor de homolobby, die geen rust kent voordat de uitgedragen seksuele stoornissen en afwijkingen, als waren die alternatieve vormen van natuurlijke seksualiteit, wettelijk daaraan zijn gelijkgesteld. Zelfs de Grondwet moet aan de LHBT-monocultuur aangepast worden. Het christendom – en dus ook christelijk onderwijs – kan echter niet anders dan homoseksualiteit eenduidig van de hand wijzen en die als zware zonde benoemen. Reden waarom sommige landen paal en perk aan homopropaganda stellen, zeker op scholen.

Gewetensvrijheid?

Ook het onder vuur nemen van de Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem past in het beeld van een almachtige homolobby. Het offensief werd dit najaar ingezet door NRC Handelblad en snel overgenomen door andere media. Dat het OM besloten heeft tot niet-vervolging is niet de triomf van het recht die het lijkt. Want de school heeft zich wel schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Althans, dat vindt het OM. Wat is het probleem? Vanzelfsprekend maakt de school in zijn bejegening van leerlingen onderscheid tussen normale leerlingen en zij die homoseksuele neigingen vertonen. Wanneer die laatste gebleken zijn, werd dit aan de ouders gemeld. Je mag er immers van uitgaan dat protestants-christelijke ouders, net als de school, homoseksuele neigingen bij hun kind verwerpen. Maar nee, van het OM (en van de onderwijsinspectie) mag dit niet meer. Gewetensvrijheid? Zowel ouders als school dienen zich aan de linksliberale lhbt-beleidslijn te onderwerpen, op straffe van uitsluiting of zelfs erger.

Ontluikende normale seksualiteit

Afgezien van de inbreuk op de onderwijsvrijheid, de ouderrechten en de vrijheid van meningsuiting, dringt zich ook de onderwijskundige vraag op of een school waarin homoseksualiteit de vrije teugel krijgt – of zelfs zou moeten krijgen bij kracht van wet – nu niet juist ‘onveilig’ wordt voor leerlingen met een ontluikende normale seksualiteit. Bovendien is de reputatie van de Gomarus SG door de intimiderende OM-behandeling – niet vervolgen maar wel op de vingers tikken – beschadigd. Dit heeft een chilling effect op andere christelijke scholen en de vrijheid van meningsuiting in het algemeen. Deze juridische intimidatie is het gevolg van het feit dat het OM zich in dienst stelt van belangengroeperingen als de homolobby (COC en dergelijke). Bovendien geeft het met die houding een opstapje aan de minister van Onderwijs om in te grijpen. Die loopt zich al warm. Daarover straks meer.

Bescherm kinderen tegen seksuele indoctrinatie door COC!

Verwerping acceptatieplicht is Pyrrusoverwinning

Intussen heeft de Raad van State een voorstel van de PvdA (Habtamu de Hoop) afgekeurd om christelijke scholen – zoals de Gomarus SG – voortaan te verplichten in beginsel alle leerlingen te accepteren. Een dergelijke acceptatieplicht, opgenomen bovendien in artikel 23 Grondwet, zou het overeind houden van een eigen identiteit voor christelijke scholen – de oorsprong van het artikel - vrijwel onmogelijk hebben gemaakt. Helaas is ook dit weer een Pyrrusoverwinning. Het negatieve advies van RvS berust meer op technische dan principiële gronden. Sterker nog, al wordt de acceptatieplicht voorlopig nog geen deel van de Grondwet, de RvS beveelt aan wel het ‘recht op onderwijs’ in artikel 23 op te nemen.

Onderwijs naar verstatelijkte monocultuur

Zoals lezers van het schoolboekenrapport van Gezin in Gevaar weten, werkt het ‘recht op onderwijs’ als een paard van Troje. Uit jurisprudentie blijkt dat rechters dit generieke recht (dat deel uitmaakt van het EVRM, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) aangrijpen om wat historisch de echte Nederlandse onderwijsvrijheid is - het recht van ouders te om hun kinderen te laten onderwijzen in de richting van hun keuze – te blokkeren en het onderwijs te sturen in de richting van een verder verstatelijkte monocultuur, dat de gedroomde ‘nieuwe mens’ moet voortbrengen. Ongetwijfeld is dit ook de motivatie voor het voorstel van de PvdA, vanouds een partij die vijandig tegenover confessioneel onderwijs staat en als socialistische partij streeft naar opvoeding door de staat ten dienste van de eigen utopie. De regenboogvlag kan daarbij fungeren als koevoet, om artikel 23 open te breken en vervolgens om te bouwen. Niet om het bijzonder onderwijs te versterken, maar juist om dat uit te schakelen door het te onderwerpen aan de staat en de seculiere belangengroepen die daarin de lakens uitdelen.

Bestel gratis: Seksuele indoctrinatie in schoolboeken

Ingrijpen al bij ‘redelijk vermoeden’

Intussen zijn beweerdelijke ‘misstanden’ in het onderwijs, aanleiding voor Dennis Wiersma, VVD-minister van onderwijs, om te komen met een wetsvoorstel dat een uitbreiding van zijn ‘bestuurlijk instrumentarium’ inhoudt. Wat die ‘misstanden’ zijn? Allerlei ongelijksoortige zaken worden daarvoor op één hoop gegooid wordt, van bestuurlijke chaos op het islamitische Cornelis Haga Lyceum en het VMBO Maastricht tot – aap uit de mouw – de vermeende lhbt-‘discriminatie’ op de Gomarus SG. Het vergaande wetsvoorstel stuitte op grote kritiek van de belangenorganisaties, de Onderwijsraad en de Raad van State. Niettemin wil Wiersma dit doorzetten. Zelfs in versterkte vorm. Er zou niet eens meer sprake hoeven zijn van structurele problemen. Een subjectief ‘redelijk vermoeden’ bij de minister dat er iets niet in de haak is, zou al genoeg grond voor ingrijpen moeten kunnen zijn, hoe incidenteel de aanleiding ook is. Zelfs sommige coalitiepartijen gaat dit te ver. SGP’er Roelof Bisschop wijst op het risico van “misplaatst preventief ingrijpen” door de minister met “onherstelbare bestuurlijke schade”.

Moge het beeld van de ontwikkelingen in het onderwijsveld op het eerste gezicht dus verwarrend zijn, een nadere analyse brengt een krachtige vector aan het licht: in de richting van afschaffing van de traditionele onderwijsvrijheid zoals die tot nu toe geborgd was door artikel 23 Grondwet.

--

Een principieel, niet een persoonlijk standpunt

Dit artikel heeft als doel het verdedigen van het huwelijk, het gezin en de moraal volgens de katholieke leer. Op geen enkele manier is het onze bedoeling personen te belasteren. Wij oefenen simpelweg onze vrijheid uit als kinderen van God (Rom. 8:21), zodat "iedere tong zou belijden tot glorie van God de Vader, dat Jezus Christus de Heer is." (Fil. 2:11).