Wetenschappers op oorlogspad: wie liegt er nu echt over Lentekriebels?

Het artikel van Rutgers (bron: www.rutgers.nl)

Wetenschappers op oorlogspad: wie liegt er nu echt over Lentekriebels?

Deze week hebben vier wetenschappers, waaronder Rik van Lunsen en Peter Leusink, een brief gestuurd aan Gezin in Gevaar, een campagne van Civitas Christiana. In deze brief beschuldigen ze Gezin in Gevaar van leugens, verspreiden van desinformatie en het zaaien van verwarring en angst.

Wat is er aan de hand? Op 20 maart j.l. heeft Gezin in Gevaar een artikel gepubliceerd over een groot rapport van Het Institute for Research and Evaluation (IRE) met de titel: Week van de Lentekriebels: seksuele vorming op school werkt vaak averechts, zo blijkt uit grootschalig internationaal onderzoek. Volgens Peter Leusink c.s. zou dit onderzoek, waar Gezin in Gevaar naar verwijst, ondeugdelijk en onwetenschappelijk zijn. Het zou “haaks staan op de internationale wetenschappelijke consensus dat relationele en seksuele vorming effectief en beschermend werkt, door o.a. betere kennis, later begin van seksuele activiteit en een afname van seksueel grensoverschrijdend en risico-gedrag.” In dit artikel geven we een publieke reactie op deze brief van Leusink c.s. die ook doorgestuurd is aan het Kenniscentrum Rutgers.

Wat is het Institute for Research and Evaluation (IRE)?

Het IRE is een non-profit onderzoeksinstituut uit de Verenigde Staten dat al meer dan 30 jaar preventieprogramma’s evalueert. Het IRE heeft nationale bekendheid verworven met zijn werk op het gebied van de evaluatie van programma’s voor seksuele voorlichting, met name interventies gericht op het vermijden van seksuele risico’s en voorlichting over onthouding. Onderzoeksrapporten van IRE zijn gepubliceerd in peer-reviewed tijdschriften, waaronder The American Journal of Preventive Medicine, The American Journal of Health Behavior en Issues in Law and Medicine. Medewerkers van het IRE hebben gesproken op professionele conferenties en workshops, advies gegeven aan het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid, en zijn gevraagd om als deskundige te getuigen voor wetgevende instanties van de Amerikaanse staten, de Amerikaanse Senaat, het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en het Witte Huis.

Wie zijn Peter Leusink c.s.?

De brief die Gezin in Gevaar ontvangen heeft is getekend door Rik van Lunsen, Peter Leusink, Kristien Michielsen en Daphne van de Bongardt. Ze hebben allen duidelijke professionele banden met Rutgers. Van Lunsen trad op als spreker voor Rutgers, schreef het voorwoord voor de kernpublicatie Seks onder je 25e en wordt door Rutgers regelmatig aangehaald ter verdediging van Lentekriebels. Leusink werkte jarenlang als arts bij de Rutgers Stichting en nam deel aan meerdere Rutgers-werkgroepen. Michielsen ontwikkelde samen met Rutgers-experts de WHO/BZgA-standaarden voor seksualiteitseducatie en wordt door Rutgers geciteerd als wetenschappelijke onderbouwing. Van de Bongardt voerde onderzoek uit in opdracht van Rutgers en publiceerde samen met Rutgers-onderzoekers. We hebben hier dus duidelijk niet te doen met onafhankelijke wetenschappers.

Teken daarom vandaag nog de petitie aan de minister van Onderwijs: "Stop de Week van de Lentekriebels!"

(Artikel gaat verder onder deze boodschap)

Expliciet seksueel 'onderwijs' dat ingaat tegen de christelijke waarden en normen waar dit land op is gebouwd, hoort niet thuis op de basisschool. Het is daarom verwerpelijk dat jonge kinderen tijdens de Week van Lentekriebels blootgesteld worden aan de immorele seksuele ideeën van Rutgers. Ik roep u op om onmiddellijk een streep te zetten door de Week van Lentekriebels om de onschuld van jonge kinderen te waarborgen.

Aanhef: 
Subscribed
  • Door verder te gaan gaat u ermee akkoord correspondentie van Stichting Civitas Christiana te ontvangen. In ons privacybeleid leggen we uit hoe we uw gegevens beschermen en gebruiken. U kunt op elk moment uitschrijven.

    Welke bevindingen heeft het IRE gedaan in het rapport van 2019?

    Het rapport uit 2019 van het IRE, waarover Gezin in Gevaar in haar artikel schreef [1], heeft onderzoek gedaan naar uitgebreide seksuele voorlichting op scholen (CSE), in Nederland Relationele en Seksuele Vorming genoemd (RSV). Er wordt een overzicht gegeven van de resultaten van 43 internationale onderzoeken uit een rapport van de UNESCO en 60 gezaghebbende studies uit de Verenigde Staten.

    Voor de 60 schoolgebonden CSE-onderzoeken uit Amerika bleek geen bewijs dat deze programma’s effectief zijn in het bewerkstelligen van een blijvende daling van tienerzwangerschappen (0 programma’s) of SOA’s (0 programma’s). En zeven van de 60 onderzoeken (ofwel 12%) naar CSE-programma’s op scholen toonden aanzienlijke negatieve gevolgen voor de seksuele gezondheid van adolescenten en/of risicogedrag aan.

    Bij de 43 internationale onderzoeken naar schoolgebonden CSE waren de resultaten niet veel positiever. In de database van de UNESCO leverde slechts één onderzoek onafhankelijk bewijs voor de effectiviteit van CSE: een afname van tienerzwangerschappen bij de beoogde doelgroep ten minste 12 maanden na afloop van het programma, zonder andere negatieve effecten, volgens een onderzoek door onafhankelijke evaluatoren. Twee andere schoolgebonden CSE-programma’s rapporteerden blijvende positieve effecten: één leidde tot meer onthouding, één tot minder soa's — maar de studies werden uitgevoerd door de ontwikkelaars van de programma's, een minder wenselijke bron van bewijs. Als we deze meerekenen, vonden drie van de 43 studies bewijs voor de effectiviteit van schoolgebaseerde CSE. Erger nog, ongeveer één op de vijf internationale onderzoeken naar schoolgebonden CSE (9/43 of 21%) constateerde 12 schadelijke gevolgen van CSE voor de seksuele gezondheid van adolescenten, waaronder: toegenomen seksuele activiteit, aantal partners, gedwongen of betaalde seks, soa's, enz.

    De kritiek op het IRE-rapport uit 2019

    Op dit rapport van het IRE kwam kritiek (na 5 jaar !) vanuit de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), waarbij beweerd wordt dat er sprake is van “slechte wetenschap” [2]. Het is belangrijk te vermelden dat deze kritische bespreking niet gepubliceerd is in een neutraal tijdschrift, maar verschenen is in het medium van een belangenorganisatie, Sexual and Reproductive Health Matters, een “gemeenschap van onderzoekers, activisten en andere deskundigen” die zich inzetten “om ideologie en machtsgerichte politiek … te verschuiven naar mensenrechten en sociale rechtvaardigheid … [met] expliciete aandacht voor seksuele en reproductieve rechtvaardigheid.” [3].

    Deze groep onderzoekers heeft het overzicht opnieuw geanalyseerd om de validiteit ervan te onderzoeken. Ze zeggen dat het onderzoek van het IRE ernstige methodologische tekortkomingen bevat. Er ontbraken duidelijke zoek- en selectiecriteria, studies werden onterecht als ineffectief bestempeld door gebrek aan juiste gegevens, en het analysekader zou negatieve effecten hebben bevoordeeld boven positieve. Daarnaast bevatte een groot deel van de studies fouten in de data. Volgens de auteurs ondermijnen deze problemen de conclusies van de IRE en kan hun heranalyse worden gebruikt om kritiek op CSE te weerleggen.

    Het wetenschappelijke weerwoord (en laatste woord) over het IRE rapport

    De kritiek van de WHO op het IRE-rapport bevat volgens de auteurs van het IRE echter veel fouten [4], vooringenomenheid en een dubbele standaard in de beoordeling van wetenschappelijk bewijs, zo stellen de IRE-onderzoekers in een wetenschappelijke publicatie. Uit heranalyse blijkt dat de WHO veel meer fouten maakte in haar gegevens (56%) dan het IRE (2%), zonder dat de kleine afwijkingen van het IRE invloed hadden op de conclusies. Opmerkelijk is dat de WHO-analyse uiteindelijk desondanks vergelijkbare resultaten laat zien als het IRE: er is weinig bewijs voor de effectiviteit van schoolgebaseerde CSE-programma’s, terwijl een aanzienlijk deel zelfs schadelijke effecten heeft op jongeren.

    Volgens het IRE ontbreekt overtuigend, recent wetenschappelijk bewijs dat deze programma’s effectief zijn. Sterker nog, meerdere recente studies bevestigen juist het gebrek aan effectiviteit [5]. De conclusie blijft daarom dat er te weinig bewijs is voor voordelen en relatief veel aanwijzingen voor schadelijke effecten van CSE-programma’s.

    De brief van Leusink c.s.

    In de brief die Gezin in Gevaar op 30 maart ontving staat o.a.: “Het feit dat Civitas Christiana dit onwetenschappelijke en ondeugdelijke rapport gebruikt om opnieuw de Week van de Lentekriebels en Rutgers te bekritiseren, past in dezelfde desinformatiestrategie.” Bovenstaande bewijst duidelijk dat het door Gezin in Gevaar geciteerde wetenschappelijke rapport bepaald niet ondeugdelijk en onwetenschappelijk is. Degenen die de details willen weten kunnen de weerlegging van de kritiek zelf nalezen.

    Maar zelfs wanneer we uitgaan van het rapport waar Peter Leusink c.s. zich op baseren, zijn er kritische vragen te stellen bij de effectiviteit van CSE.

    Kritische WHO studie

    Tabel 2 komt uit het kritische rapport van de WHO [1]. Wat valt er op te maken uit deze resultaten? Allereerst is het opvallend dat het aantal negatieve effecten bij het IRE ongeveer even hoog is als bij de Study reanalysis van de WHO, namelijk 8 versus 7. Studies die een negatief effect aantonen (7 studies) zijn dus groter in aantal dan de studies die een positief effect aantonen, in het artikel van de WHO 6 stuks. Volgens de WHO zijn er dus 6 studies die een positief effect aantonen, maar dat betekent nog steeds dat 86% van de onderzoeken dus géén positief effect aantonen, dat is toch een erg negatief resultaat. De beoordelaars van de WHO hebben tevens 19 aangemerkt als programma met potentieel positief resultaat. Ten onrechte is een veroorzaakte daling van het percentage tieners dat nog nooit seks had gehad – wat een negatief/schadelijk effect van het programma is –aangemerkt als een positief/gewenst resultaat van het programma en daarmee als “bewijs van het potentieel van het programma“.

    Hetzelfde zien we in wat Rutgers schrijft de dagvaarding in kort geding tegen Civitas van 24 maart 2025: “Bovendien zijn adolescenten, wanneer zij als kind RSV hebben gehad, meer geneigd om gemiddeld genomen later aan seks te beginnen15, en wanneer zij seks hebben, om dit veilig en beschermd te doen. Dit vermindert het risico op grensoverschrijdend gedrag, soa's en onbedoelde en ongewenste (tiener)zwangerschap.” Voor onderbouwing van deze stelling beroept Rutgers zich op onderzoek van Haberland (2015), die een uitgebreid overzicht van evaluatiestudies verrichtte. In dit onderzoek wordt onder andere verwezen naar studies van Dupas (2011), Jewkes (2008), die inderdaad positieve resultaten laten zien als het gaat om minder ongewenste zwangerschappen, seksueel overdraagbare ziektes, maar vergeten wordt te vermelden dat dezelfde studies aantonen dat er tevens negatieve effecten zijn: het eerder hebben van geslachtsgemeenschap, betaalde seks en het aantal partners waarmee iemand geslachtsgemeenschap heeft stijgt. Dit zeggen wij niet, maar dit stellen de onderzoeken die Rutgers aanhaalt.

    Doorbreek de leugens van de Seksuele Revolutie – deel dit artikel!

    (Artikel gaat verder onder deze boodschap)

    De lhbt-lobby presenteert haar agenda als 'liefde' en 'vrijheid,' maar de gevolgen zijn verwarring, gebrokenheid en levenslange medische schade. In media en politiek staat het bol van regenboogcampagnes, terwijl nuchtere feiten en christelijke bezwaren worden weggewuifd. Deel daarom dit artikel met familie en vrienden – hoe meer mensen de waarheid zien, hoe moeilijker het wordt om een volgende generatie in het waardenloze keurslijf van de Seksuele Revolutie te dwingen!

    Het motief voor deze aanval, “financieringsbeslissingen”?

    In de brief van Leusink c.s. lezen we verder: “Desondanks wordt het IRE-rapport veelvuldig gebruikt door organisaties die zich vanuit ideële motieven verzetten tegen relationele en seksuele vorming en die het rapport actief verspreiden om beleidsvorming en financieringsbeslissingen rondom bewezen effectieve relationele en seksuele vorming te beïnvloeden.” Kijk daar komt de aap uit de mouw, Rutgers en consorten zijn bang dat ze hun financiering verliezen. Ze weten dat objectieve informatie van Gezin in Gevaar effect heeft, tot in Den Haag aan toe. Voor ons reden genoeg om door te gaan met objectieve informatievertrekking en bewustwordingscampagnes voor ouders en leerkrachten.

    Rutgers kreeg in 2024 31,4 miljoen euro aan subsidie. Gerekend met een totaalinkomen van 36,4 miljoen in hetzelfde jaar is dus 86% van het Rutgers-budget overheidssubsidie.

    Kan Rutgers dit subsidieverlies niet compenseren door fondsenwerving onder particulieren? In het jaarverslag van 2022 stond nog het ambitieuze doel van 614.000 euro “private fondsenwerving”, maar dat werd in de daaropvolgende jaren bij lange na niet gehaald. In de boeken van Rutgers zien we een gestage afname van 435.000 euro in 2021 naar 197.000 euro in 2023 en 140.000 euro in 2024. Daarmee blijft Rutgers in zeer hoge mate afhankelijk van overheden, fondsen en loterijen. De golf van publieke steun na de Lentekriebels-ophef, waar Rutgers-medewerkers het over hebben in interviews, is in ieder geval niet terug te zien in de donatiecijfers. Waarom hebben al die artiesten, journalisten, politici en andere prominenten die over elkaar heen buitelden om Rutgers te verdedigen tegen vermeende desinformatie over de Lentekriebels, niet hun portemonnee getrokken? Hoe substantieel is hun steun aan Rutgers eigenlijk?

    Voetnoten

    [1] Ericksen, Irene H., and Weed, Stan E. (2019). “Re-Examining the Evidence for School-based Comprehensive Sex Education: A Global Research Review.” Issues in Law and Medicine, 34(2):161-182.

    [2] Van Treeck K, Elnakib S, & Chandra-Mouli V. (2023) A reanalysis of the Institute for Research and Evaluation report that challenges non-US, school-based comprehensive sexuality education evidence base. Sexual and Reproductive Health Matters, 31:1

    [3] Zie https://www.srhm.org/about-us

    [4] Rebuttal to a Critique by the World Health Organization, May 20, 20241, The Institute for Research & Evaluation, https://institute-research.com/wp-content/uploads/2024/05/Rebuttal_to_WHO_Critique_of_IRE_Global_CSE_Review_5-20-24.pdf

    [5] Zie deze onderzoeken:

    • Weed SE. Sex Education Programs for Schools Still in Question: A Commentary on Meta-Analysis. Am J Prev Med. 2012;42(3):313-315, doi: 10.1016/j.amepre.2011.11.004 
    • Marseille E, et al. (2018) Effectiveness of school-based teen pregnancy prevention programs in the USA: a systematic review and meta-analysis, Prevention Science, 19(4):468–489. 
    • Juras R, Tanner-Smith E, Kelsey M, Lipsey M, Layzer J. Adolescent Pregnancy Prevention: Meta-Analysis of Federally Funded Program Evaluations, American Journal of Public Health. 2019;09(4), e1-e8. 
    • Ericksen IH and Weed SE. (2023). “Three Decades of Research:” A New Sex Ed Agenda and the Veneer of Science. Issues in Law and Medicine, 38(1):27-46. 
    • Forrester e, Manzer J, Chesnut K, Knab J, et al. (2023). Updated Findings from the HHS Teen Pregnancy Prevention Evidence Review: October 2016-May 2022. U.S. Department of Health and Human Services Office of the Assistant Secretary for Planning and Evaluation, April 2023. https://tppevidencereview.youth.gov/ 

    Laatst bijgewerkt: 5 april 2026 13:08

    Stop de miljoenensubsidie aan Rutgers!

    Doneer