Het gezin: De eerste verdedigingslinie van de samenleving tegen het totalitarisme (in al zijn vormen)

juni 20, 2017 Redactie

door Plinio Corrêa de Oliveira

Dit artikel is een aangepaste versie van een toespraak van Prof. Plinio Corrêa de Oliveira in São Paulo, Brazilië, op 1 juli 1966. Destijds werd een wetsvoorstel ter legalisering van echtscheiding geïntroduceerd door de Braziliaanse wetgever. De Braziliaanse TFP organiseerde een landelijke petitie tegen dit wetsvoorstel, dat vervolgens niet werd aangenomen, en wist daarmee de legalisatie van echtscheiding bijna een decennium uit te stellen.

___________________________________________________________________________

Heb je een heel dorp nodig om een kind op de voeden?

Men zou uit het voorgaande artikel kunnen concluderen dat wat goed is voor de samenleving afhangt van de omvang van de stad. Als, zoals we stelden, gezinnen (en bijgevolg de samenleving) opbloeiden gedurende de maatschappelijke opschudding van de vroege Middeleeuwen, toen het gevaarlijk was om zelfs korte afstanden te reizen uit angst voor rovers, en als steden een kwalijke invloed uitoefenden op de samenleving, omdat zij ook de trend van centralisering voortbrachten, dan zouden we kunnen vaststellen dat steden nadelig en dorpen voordelig zijn voor de samenleving, en dat hoe kleiner en geïsoleerder deze dorpjes zijn, hoe beter het is.

Hoewel het duidelijk is dat de afzondering en omvang van dorpen in de vroege Middeleeuwen kenmerkend waren voor de samenleving waarin het christendom werd geboren, moeten we kenmerken niet verwarren met oorzaken. Vandaag de dag zijn er nog steeds veel afgezonderde dorpen verspreid door de wereld, sommigen die niet eens televisie, radio of internet hebben (maar onmiddellijk hiervan gebruik maken zodra deze beschikbaar zijn), maar die niet een cultuur of een beschaving hebben gebaard. De inwoners van deze geïsoleerde dorpen kunnen net zo amorf zijn als een stedeling.

Wat goed is voor de samenleving hangt af van een andere factor — die dieper ligt dan isolatie en dorpsomvang — die aanwezig was in de vorming van het hoogtepunt van de christelijke beschaving: de hoge en late Middeleeuwen.

De passende atmosfeer waarin elk kind zijn eigen unieke persoonlijkheid kan ontwikkelen

We ontkennen niet dat de Middeleeuwen hun zwakheden hadden: inderdaad, elk menselijk tijdperk heeft — en houdt — zijn tekortkomingen. Zoals Paus Leo XIII echter bevestigde in zijn encycliek Immortale Dei, waren de Middeleeuwen een tijdperk van intens religieus leven. Een goed begrepen en waarlijk religieus leven zorgt voor de vorming van individuen die bewust zijn van hun eigen persoonlijkheid, en moedigt hen aan zich te uiten in de volheid van hun eigen individualiteit, zodat de uniekheid van elk persoon straalt in alle helderheid.

Leo XIII, De encycliek Immortale Dei van 1 November 1885 over de christelijke staatsinrichting, Ecclesia Docens, par. 32:

 

“Er was een tijd waarin de leer van het Evangelie leiding gaf aan de staten. De invloed en de goddelijke kracht van het christendom had de wetten, instellingen en zeden der volken, alle rangen en verhoudingen der burgerlijke maatschappij doordrongen; de godsdienst door Jesus Christus ingesteld stond sterk op de eervolle plaats die hem toekomt, en onder de begunstiging der vorsten en de bescherming die hem overeenkomstig de wetten door de overheidspersonen werd geschonken, bloeide hij overal; priesterschap en wereldlijk bestuur waren door eensgezindheid en vriendschappelijk wederzijdsch hulpbetoon op gelukkige wijze verbonden. De aldus geordende burgerlijke maatschappij bereikte resultaten die aller verwachtingen overtroffen. De herinnering daaraan leeft voort en zal blijven voortleven, neergelegd als zij is in ontelbare geschiedkundige gedenkteekenen en documenten, en geen tactiek der tegenstanders zal deze kunnen vervalschen of in vergetelheid doen geraken.”

___________________________________________________________________________

 

Sint Thomas van Aquino legt uit dat God elke mens heeft geschapen met een identiteit waarin hij uniek is ten opzichte van alle andere mensen. In hedendaagse termen zouden we kunnen zeggen dat God niet aan “massaproductie” doet: elk menselijk wezen en inderdaad elk schepsel is uniek, zonder daarin buitensporig te zijn. Zodoende is het de juiste orde van dingen dat elk mens zijn unieke eigenschappen onderkent en deze ontwikkelt zo goed als hij kan.(**)

Stel je eens een wereld voor waarin elk individu in staat is om op passende wijze zijn unieke persoonlijkheid kan uiten tot zijn volledige potentieel.(***) Dergelijke individualiteit zou als een bruisende fontein alle gebieden van privaat en publiek leven doordringen en de levensbron zijn van een “volk”, en niet van “de massa’s”, zoals Paus Pius XII zo goed contrasteerde.(****)

Wat heeft het gezin te doen met deze persoonlijkheid? Zo een beetje alles. Deze uniekheid of persoonlijkheid, deze toestand waarin iedereen uniek is en zelfs de minsten onder de mensen een meesterwerk zijn van God en een kwaliteit hebben die geen ander mens ooit kan verkrijgen, hoeveel groter deze ook moge zijn: deze onherhaalbare kwaliteit ligt diep binnen ons en heeft een enorm potentieel. Wij worden echter zwak en bang geboren, en daarom heeft deze unieke persoonlijkheid veel zorg en opvoeding nodig om zo het hulpeloze kind te voorzien van de ideale omstandigheden waarin deze uniekheid geleidelijk kan ontplooien en zijn volledige gestalte en volwassenheid kan bereiken. Het is binnen het gezinsleven dat deze persoonlijkheid alle steun vindt die het nodig heeft.

 

Twee belangrijke factoren die de gezinssituatie aanzienlijk verbeteren, en waarvoor het gezin natuurlijk is toegerust

In plaats van alle factoren te benoemen die toelichten hoe het gezin natuurlijk is toegerust om de ontwikkeling van de unieke persoonlijkheid van het kind te verzorgen, zullen we ons focussen op twee sociale factoren die historisch gezien de kracht en samenhang van het gezin hebben vergroot, en daarmee het vermogen om zijn taak uit te voeren aanzienlijk hebben bevorderd, maar die niettemin te maken hebben met aanzienlijk veel laster, onbegrip, en soms zelfs misbruik. Deze twee factoren zijn erfelijkheid en traditie. (*****)

Op meesterlijke wijze voegde Paus Pius XII het belang van beide factoren samen:

“De natuur van dit grote en mysterieuze ding dat erfelijkheid is – het doorgeven via een bloedlijn, overgedragen van generatie tot generatie, van een rijk samenspel aan materiële en spirituele bezittingen, de continuïteit van een enkel fysiek en moreel type van vader tot zoon, de traditie die leden van één gezin verenigt door de eeuwen heen – de ware natuur van deze erfelijkheid kan ongetwijfeld worden verdraaid door materialistische theorieën. Maar men kan, en moet ook, deze enorm belangrijke werkelijkheid zien in de volheid van haar menselijke en bovennatuurlijke waarheid.”

“Men kan zeker niet het bestaan van een materiële ondergrond in de overdracht van erfelijke eigenschappen ontkennen; hierover verbaasd zijn doet tekort aan de intieme eenheid van onze ziel met ons lichaam, en in de hoge mate waarin onze meest spirituele activiteiten afhankelijk zijn van ons fysieke temperament. Om deze reden zal de christelijke moraal nooit vergeten ouders te herinneren aan de grote verantwoordelijkheid die in dit opzicht op hun schouders rust.”

Dezelfde pontifex benadrukte meer specifiek ook de rol van traditie:

“Van groter belang is echter nog steeds de spirituele erfelijkheid die niet zo zeer wordt doorgegeven via deze mysterieuze banden van materiële overerving, maar door de permanente actie van die bevoorrechte omgeving van het gezin, met de langzame en grondige vorming van zielen in de atmosfeer van een huiselijke haard die rijk is aan hoge intellectuele, morele en bijzonder christelijke tradities, met de wederzijdse invloed van hen die onder één dak wonen. Dit is een invloed waarvan de gunstige gevolgen ver voorbij de jaren van kindtijd en puberteit reiken, helemaal tot het einde van een lang leven, in die verkozen zielen die in staat zijn om in zichzelf de geheimen van waardevolle erfelijkheid te verenigen met de aanvulling van hun eigen verdiensten en ervaringen. Zulks is het meest geprezen erfdeel van allen, die, verlicht door een stevig geloof en opgeleefd door een sterke en trouwe praktijk van christelijk leven met al zijn vereisten, de zielen van jullie kinderen verhoogt, verfijnt en verrijkt.”

Een thuis in de volste betekenis van het woord is daar waar het gezin woont die deze wederkerige factoren van erfelijkheid en traditie cultiveert. Een gezin heeft een erfelijk karakter waarin biologische factoren inwerken op psychologische karaktertrekken, die op hun beurt worden gevormd door geloofswaarden en cultuur, en dit vormt een wereld op zich. Elk nieuw lid wordt geboren in de gemeenschappelijke ondergrond die bestaat onder gezinsleden en wonderlijk is uitgerust voor de persoonlijkheid die diep is ingebed in de uniekheid van elk kind. Het gezin bevoordeelt niet alleen de ongehinderde ontwikkeling van familietrekken, maar bevordert ook de ontwikkeling van individuele karaktereigenschappen die ook verbonden zijn met het gezin. Zo gesterkt door erfelijkheid vormt het gezin de voornaamste omgeving die uitgebreid, eenvormig en onbelemmerd is, en het kind aanmoedigt om zijn persoonlijkheid op te bloeien, te vergroten en te ontwikkelen.

Dan is er nog traditie. Elk gezin draagt zijn manier van doen over aan de volgende generatie en dus worden de familietrekken sterker met elke volgende generatie, maar geaccentueerd door de unieke bijdragen van individuen die het gemeenschappelijk erfgoed verrijken. Zodoende schept het gezin door deze symbiotische verhouding tussen erfelijkheid en traditie de passende atmosfeer voor het opbloeien van individuen.

 

Kinderen voorzien van de beste middelen om groepsdruk te weerstaan — drie concentrische cirkels

Gezinnen die zo zijn gevormd hebben een onmeetbare invloed op de samenleving als geheel. Zulke gezinnen zullen normaal gesproken geen kerngezinnen zijn, maar uitgebreide families met een regelmatige interactie tussen eerstegraads en zelfs tweede- en derdegraads verwanten. Een kind dat in een dergelijk uitgebreide familie wordt opgevoed, is omringd door drie concentrische cirkels: de eerste is het onmiddellijke gezin, waarin alles op hem gelijkt; de tweede omvat alles tot aan het huis van zijn meest verre verwante, waarin hij gelijkenis maar ook verschillen vindt; en de derde betreft de straat tot de rest van de wereld, waarin alle gelijkenissen en verschillen zijn vermengd.

Als een kind in de eerste twee cirkels wordt ondersteund, dan kan hij de hele wereld aan. Als een kind weet dat (kern)gezin en (uitgebreide) familie achter hem staan, dan kan hij op zichzelf staan waar hij ook gaat. Hij kan dan omgaan met zowel faam als blaam, omdat hij dan een raamwerk van steunpilaren heeft waarbinnen hij zijn uniekheid en zijn persoonlijkheid kan uiten, zelfs in tijden van tegenspoed.

Hoe onderling verschillend zijn de omstandigheden die een kind gewoonlijk omringen in een standaard kerngezin. Door zijn aard biedt het moderne kerngezin weinig afwisseling qua mensen, en is het gezinsleven daardoor erg eentonig. Bijgevolg geven gezinsleden de voorkeur aan de straat boven het thuis, wanneer zij al niet de straat in huis brengen via de televisie, soms zelfs met verschillende kanalen die gelijktijdig aanstaan op verscheidene televisies verspreid door het huis.

Wanneer dit kind de straat op gaat, is hij alleen. Wanneer zo’n jongen naar school gaat en wanneer zo’n meisje de stad ingaat, zijn zij op zichzelf aangewezen: zij hebben geen ondersteunend raamwerk thuis, en zij hebben geen opgebouwde weerstand tegen groepsdruk en de dictaten van de mode en de massamedia. De boodschap die het kind waarneemt is heel duidelijk: óf je gedraagt je zoals iedereen óf je wordt voor gek gezet, gepest en/of genegeerd door de rest. Als het kind geen heel sterke persoonlijkheid heeft, dan zal hij lijden aan onzekerheid, onveiligheid, zelftwijfel, afzondering en uiteindelijk overgave. Na tien of twintig jaar een dergelijke behandeling te hebben ondergaan, zal hij uiteindelijk zo afhankelijk worden van andermans mening dat hij zelfs de krant moet lezen of televisie moet kijken om te weten hoe hij moet reageren om gebeurtenissen waarvan hij zelf ooggetuige is. In dit stadium is zijn unieke persoonlijkheid volledig vernietigd.

 

Kinderen die kunnen opstaan tegen de wereld zullen deze veranderen

De impact van de door massamedia opgewekte publieke opinie wordt gestut wanneer gezinnen worden gesterkt door de dubbele helix van erfelijkheid en traditie. In een samenleving waarin zulke gezinnen bestaan, zal de publieke opinie niet langer slechts een product zijn van kranten, televisie en radio. De massamedia blijven invloed uitoefenen, maar individuen worden dan veel meer beïnvloed door het gezin, aangezien dat de gewoonlijke plaats is waar hun meningen worden gevormd. Publieke opinie wordt dan een samenweefsel van de opvattingen van gezinnen, waarin het microscopische individu niet langer zwicht onder de almachtige media, maar waarin de almachtige media juist worden gefilterd door het gezin en de uitgebreide familie.

Dit zou een dubbele stroom bewerkstelligen in de publieke opinie: enerzijds zal er een “neergaande” stroom blijven bestaan waarin gezinnen de beklemmende invloed van de massamedia op de publieke opinie filteren. Echter, als de aantallen van zulke gezinnen groeien, dan zal er ook een “opwaartse” stroom zijn: omdat de massamedia populariteit nodig hebben om te blijven bestaan, zullen zij hun informatie aanpassen om instemming te vinden met gezinsopvattingen en de bredere standpunten van families. Op deze wijze wordt de publieke opinie omgevormd van de onbestendige, instabiele, onvolmaakte en grillige entiteit die het nu overal ter wereld is, in een bestendig, gestructureerd, normaal en gezond medium voor openbaar denken op grote schaal, en bijgevolg zelfs een verdedigslinie tegen de vele tirannieke verzoekingen van de volksmennerij.

___________________________________________________________________________

 

Noten:

(*) ‘The Family: The life-source from whence flourished the originality and cultural diversity for which Europe is still renownedTFP Viewpoint’, Vol. 14, No. 4, September 2007

(**) Battista Mondin, Dizionario Enciclopedico del Pensiero di San Tommaso D’Aquino, s.v., “Antopologia” and “Uomo” (Bologna: 1991) Edizioni Studio Domenicano.

(***) De auteur hechtte zo’n belang aan deze factor dat hij een nieuwe betekenis gaf aan de term “aseïteit”, welke we in een ander artikel zullen toelichten.

(****) ‘The people and the masses’, TFP Viewpoint, Vol. 14, No. 4, September 2007.

(*****) We geven toe dat zowel erfelijkheid en traditie verdere discussie vereisen, waaraan we hopen te voldoen in ons volgende artikel.