Kardinaal Eijk: ‘Gendertheorie zet seksuele moraal en geloofsverkondiging op het spel’

juli 9, 2019 Redactie

Foto: kardinaal Eijk houdt zijn toespraak over gender op het Rome Life Forum. Bron: Steve Jalsevac / LifeSiteNews

‘Gender’ wint aan populariteit. Er steekt echter een theorie achter die onverenigbaar is met het christelijk geloof en een gevaar vormt voor het gezin. Dat betoogde kardinaal Wim Eijk, aartsbisschop van Utrecht, in zijn toespraak bij het Rome Life Forum op 16 mei 2019. Gezin in Gevaar publiceert met toestemming van het aartsbisdom de Nederlandse vertaling van het Engelse origineel.

De gendertheorie: een bedreiging voor het gezin en de verkondiging van het christelijk geloof

De gendertheorie is zeker een hedendaagse ontwikkeling die de stad van de mensen tegenover de Stad van God en de wereldorde tegenover het christelijk geloof plaatst.

Wat houdt de gendertheorie in? De term ‘geslacht’ betreft de twee categorieën ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ waarin mensen en het merendeel van de levende wezens zijn verdeeld op grond van de anatomische en fysiologische verschillen van de voortplantingsorganen en de secundaire geslachtskenmerken. Vanaf de jaren ’50 werd de term ‘gender’ (geslacht) ingevoerd. Deze betreft veeleer de maatschappelijke rol van de man en de vrouw.[1] De grondgedachte van de gendertheorie is dat deze maatschappelijke rol geen enkel verband of alleen maar in de verte verband heeft met het biologische geslacht.

In het verleden zou de gender man en vrouw door de maatschappij als maatschappelijke rol zijn opgedrongen en in veel delen van de wereld is dat nog zo. In de westerse maatschappij met haar bovenmatig individualisme en de daarmee verbonden autonome ethiek wordt het individu verondersteld geen door de maatschappij opgedrongen rol te accepteren, maar autonoom de eigen gender te kiezen. Overigens, dat het individu zich in dezen leiden door de publieke opinie, de klassieke communicatiemiddelen en de sociale media en de wereld van de reclame, ontgaat hem. Het individu laat zich in de praktijk alleen maar leiden door het gevoel van autonoom te zijn.

De rol die het individu voor zichzelf kiest heet ‘genderidentiteit’. Het individu zou deze genderidentiteit zonder maatschappelijke druk en onafhankelijk van het biologische geslacht kunnen kiezen. Zo zou het de mogelijkheid hebben overeenkomstig de eigen seksuele geaardheid of naar eigen keuze te kiezen om een heteroseksuele man, een heteroseksuele vrouw, een homoseksueel, een lesbienne, een transseksueel, een transgender of een neutro te zijn.[2] Een transgender is iemand van wie de genderidentiteit niet samenvalt met het biologische geslacht: hij voelt zich vrouw, terwijl hij biologische een man is of omgekeerd. In het geval waarin iemand niet tevreden is met het eigen geslacht, spreekt men van geslachtsdysforie. Een transseksueel is een transgender die voornemens is zijn biologisch geslacht te veranderen in een ander of dit al heeft gedaan door middel van medische behandelingen of chirurgische ingrepen.

De regenboogvariant van de Verenigde Naties-vlag: symbool van wereldwijde lhbt-propaganda.

Veel internationale organisaties streven ernaar overal, dus ook buiten de westerse wereld, het respect ingang te doen vinden voor de vrijheid van het individu zijn genderidentiteit te kunnen kiezen, en tevens hetgeen men in het Engels ‘gender equity’, gendergelijkheid, noemt. De Internationale Gezondheidsorganisatie publiceerde in 2012 een programma om een politiek op institutioneel niveau te bevorderen en te faciliteren en zo respect voor de gender, de gelijkheid en de rechten van de mens te eisen.[3] Internationale organisaties verplichten autoriteiten en organisaties op nationaal niveau door middel van subsidies – of door middel van de dreiging ze niet te verschaffen – het individu de vrijheid te garanderen om de eigen gender te kiezen. Hiermee leggen zij ook de verplichting op deze keuze in het geval van de transgender te faciliteren door hem de medische of chirurgische behandelingen aan te bieden die noodzakelijk zijn om de biologische seksuele kenmerken aan de gekozen gender aan te passen. In veel westerse landen vergoeden de basispakketten van de ziektekostenverzekeringen of de nationale gezondheidszorg grotendeels of geheel de kosten van deze behandelingen en van de operaties.

Door middel van opvoedingsprogramma’s tracht men reeds op het niveau van de basisschool kinderen bewust te maken van de noodzaak over de eigen gender na te denken en hiervoor zo snel mogelijk in de jeugd te kiezen. In de gevallen waarin kinderen erover denken om transgender te zijn, maar nog onzeker zijn over de eigen gender, kan men hen begin van de puberale ontwikkeling remmen met een hormonaal middel, triptorelina genaamd,[4] om het kind in kwestie de noodzakelijke tijd te geven om daarover na te denken. Afgezien van de bijwerkingen van triptorelina moet men zich realiseren dat veel jongeren periodes doormaken waarin zij twijfelen aan hun identiteit, ook die betreffende het geslacht. Dat maakt deel uit van een normale puberale ontwikkeling. Door in deze gevallen de puberteit af te remmen loopt men het risico een probleem te verergeren dat zich vanzelf zou hebben opgelost, of zelfs een probleem op te roepen dat nooit zou hebben bestaan, als men geen triptorelina zou hebben toegediend. Hierbij moet worden opgemerkt dat verschillende transgenders na de overgang naar het andere geslacht niet tevreden zijn, psychische problemen hebben en daarom willen terugkeren naar het originele geslacht.[5]

De radicalisering van het feminisme als de wortel van de gendertheorie

De gendertheorie heeft haar wortels in de radicalisering van het feminisme vanaf de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw,[6] dat zijn begin vindt in de geschriften van Simone de Beauvoir (1908-1986). In haar boek La deuxième sexe, gepubliceerd in 1949, schreef zij de beroemde zin:

“Men is niet als vrouw geboren, maar men wordt het (On ne naît pas femme, on le devient). Geen enkele biologische, psychologische of economische bestemming bepaalt de figuur die de menselijke vrouw in de maatschappij voorstelt; de beschaving in haar geheel ontwikkelt dit product dat iets is tussen een man en een eunuch, vrouw genoemd”.[7]

In de pre-adolescentie zijn er niet zoveel verschillen tussen een jongen en een meisje. Vanaf het begin van deze fase wordt de jongen echter toegelaten tot de wereld van de mannen, terwijl het meisje moet blijven in die van de vrouwen, waardoor het gedwongen wordt de maatschappelijke rol van de vrouw op zich te nemen (De Beauvoir heeft het natuurlijk over haar eigen adolescentie, die zich afspeelde in de jaren na de Eerste Wereldoorlog). Vanaf het ogenblik dat het meisje fysiek rijpt, ontwikkelt de maatschappij een zekere vijandigheid jegens haar: de moeder bekritiseert haar lichaam en haar positie, terwijl de belangstelling van de mannen voor haar lichaam haar zich een fysiek seksueel object doen voelen.

Men kan niet anders dan in haar ideeën de invloed van de theorie van Sigmund Freud (1856-1939) betreffende de polymorfe perversiteit herkennen.[8] Deze theorie zegt dat het oorspronkelijke menselijke wezen geen seksuele geaardheid heeft in de moderne betekenis van een geslacht, dat wil zeggen dat het noch heteroseksueel, noch homoseksueel is, maar dit wordt door de wijze waarop zich de psychologische betrekkingen met zijn ouders zich ontwikkelen. Als op het vlak hiervan het kind zijn seksuele verlangens richt op de ouder van het tegengestelde geslacht, zal het heteroseksueel worden. In het geval waarin het zijn seksuele verlangens richt op de ouder van hetzelfde geslacht, zal het homoseksueel worden.

Onder invloed van deze ideeën en andere factoren[9] is het geradicaliseerde feminisme ervan overtuigd dat de rol van de gehuwde vrouw als een instrument voor de voortplanting en de opvoeding van het nageslacht alleen een maatschappelijke rol is die haar tot nu toe door de maatschappij is opgedrongen. En het is er ook van overtuigd dat zij door middel van contraceptie en kunstmatige voortplanting hiervan bevrijd kan en moet worden. De radicale feministe Firestone zegt in 1970 dat wanneer zij eenmaal bevrijd zouden zijn van de “tirannie van hun reproductieve biologie,”[10] de vrouwen in staat zouden zijn een eigen rol te kiezen, onafhankelijk van hun biologisch geslacht. Deze bevrijding vereist ook een aanval op de maatschappelijke eenheid die wordt georganiseerd rondom de voortplanting en de onderwerping van de vrouw aan haar biologische bestemming, dat wil zeggen het gezin.[11] Firestone breidde deze eis uit tot het vernietigen van alle instellingen die de geslachten van elkaar scheiden en de kinderen van de wereld van de volwassenen, zoals de basisschool. Bovendien voegt zij de eis eraan toe van de “vrijheid van alle vrouwen en kinderen om te doen wat zij seksueel willen.”[12] Na de laatste revolutie van het feminisme zou zo een nieuwe maatschappij ontstaan waarin “de mensheid zou kunnen terugkeren naar haar natuurlijke polymorfe seksualiteit – alle vormen van seksualiteit zouden geoorloofd en toegestaan zijn.”[13]

Zo ontstond uit het radicale feminisme de gendertheorie. Men moet hierbij opmerken dat deze theorie mede begon met het introduceren van de hormonale contraceptie op grote schaal in de jaren ’60 van de vorige eeuw, die mogelijk heeft gemaakt wat men de bevrijding noemt van de vrouw van haar reproductieve biologie. Hiermee werd de weg voorbereid voor de totale scheiding van de gender van het biologische geslacht. Deze ontwikkelingen onderstrepen nogmaals het profetische karakter van de encycliek Humanae vitae van Paulus VI, waarin hij het gebruik van contraceptiva om voortplanting te voorkomen een intrinsiek kwaad noemde, dat wil zeggen een in wezen slechte handeling. Paulus VI voorzag genoemde ontwikkelingen natuurlijk niet in 1968, het jaar waarin hij de encycliek publiceerde. Later heeft zijn encycliek echter een veel ruimere betekenis gekregen dan die met betrekking tot de voortplanting. Hiervan getuigen ook de pogingen van de Franse vrijmetselaar en gynaecoloog Pierre Simon, om het gebruik van contraceptiva op grote schaal te promoten, het geen hij niet alleen maar deed om voortplanting en de overbevolking van de wereld te voorkomen. Zijn streven was dat het menselijk wezen zelf, in plaats van een Schepper, vorm aan zijn natuur en zijn leven zou geven. Hij zag in de gynaecologie de weg om dit te verwezenlijken. Een eerste fase op deze weg was voor hem een zo groot mogelijke verspreiding van contraceptiva om het begrip gezin radicaal te veranderen.[14]

‘Gendertheorie begon mede met het introduceren van hormonale contraceptie… Hiermee werd de weg voorbereid voor de totale scheiding van de gender en het biologische geslacht.’

Judith Butler concludeert in 1990 dat het door de maatschappij opdringen van de klassieke rol aan de vrouw en die van de heteroseksualiteit als norm om de seksualiteit te beleven een element van een politiek plan is dat gebaseerd is op een verkeerde metafysica van de substantie. Met verwijzing naar het idee van Friedrich Nietzsche dat “er geen wezen is achter het handelen, verrichten en worden,”[15] zegt Butler: “Er is geen geslachtsidentiteit achter de uitdrukkingen van het geslacht, maar de identiteit wordt gevormd op performatieve wijze door de ‘eigen’ uitdrukkingen, waarvan men zegt dat ze er het resultaat van zijn.”[16][?] De aan de vrouw opgedrongen gender zou “gedeeltelijk in termen van heteroseksuele en fallische overtuigingen”[17] door wie de macht in handen hebben worden geconstrueerd.

Men begrijpt dat er in de gender, verstaan als de maatschappelijke rol van de man en de vrouw, aspecten zijn die maatschappelijk bepaald zijn: het feit dat vrouwen over het algemeen voor hetzelfde werk minder verdienen dan de man, het feit dat het tot voor kort in Saoedi-Arabië de vrouw niet toegestaan was auto te rijden of tot de jaren ’50 een getrouwde vrouw, ook in Nederland, geen eigen bankrekening mocht hebben of ontslag moest nemen op het ogenblik dat ze trouwde. Er zijn echter aspecten die onafscheidelijk verbonden zijn met het biologische geslacht, zoals de rol van man en vrouw in een huwelijk, in een gezin, bij de voortplanting, als het vader en moeder zijn.

De gendertheorie in het licht van de christelijke mensvisie

Dat de publieke opinie vandaag zo gemakkelijk een totale loskoppeling van het geslacht van het biologische geslacht accepteert, is het gevolg van een ‘cocktail’, dat wil zeggen op de eerste plaats van het bovenmatige individualisme met zijn, hierboven vermelde, autonome ethiek, en op de tweede plaats van een bijzondere mensvisie die vandaag vooral in de Angelsaksische wereld dominant is. Volgens deze is de menselijke persoon als zodanig – bewust of onbewust – beperkt tot de ‘geest’, dat wil zeggen tot het redelijk bewustzijn en het centrum van het autonome willen, in feite tot zeer complexe biochemische en neurofysiologische functies in de hogere hersenkernen en de hersenschors. Het betreft derhalve een materialistische mensvisie.[18] Het lichaam wordt daarentegen gezien als iets secundairs dat niet wezenlijk is voor de menselijke persoon. Het lichaam zou voor de menselijke persoon, voor de ‘geest’, louter een middel zijn om zich tot uitdrukking te brengen. De ‘geest’ bepaalt als autonome menselijke persoon het doel en de betekenis van het lichaam, derhalve ook de genderidentiteit zonder zich rekenschap te hoeven geven van het biologische geslacht van het lichaam.[19] In de seksuele moraal blijven zo twee fundamentele normen over: dat men geen schade mag berokkenen aan de seksuele partner of macht over hem of haar mag uitoefenen.

Een dergelijke opvatting van bijna absolute autonomie is echter niet verenigbaar met de ervaring dat de mens een bepaalde vrijheid binnen bepaalde grenzen heeft: hij wordt grotendeels bepaald door de opvoeding van verwanten, leraren en vrienden, door de publieke opinie, de klassieke massamedia en de sociale media, zoals wij hierboven reeds hebben opgemerkt. Het naar Gods beeld geschapen menselijke wezen heeft geen absolute vrijheid, omdat het God zelf niet is.

Bovendien is het menselijke wezen niet alleen zijn ‘geest’, maar een eenheid van een geestelijke en een materiële dimensie, ziel en lichaam. Het menselijke wezen is niet alleen ziel, noch alleen lichaam, maar is “corpore e anima unus” (Gaudium et spes, nr. 14).[20] Zowel de man als de vrouw hebben dezelfde ziel – anders zouden zij verschillende essenties zijn – en hebben daarom dezelfde waardigheid. Het verschil tussen de beide geslachten is derhalve van fysieke aard. Het lichaam – de voortplantings- en de geslachtsorganen inbegrepen – is echter niet iets secundairs of bijkomstigs, maar behoort ook tot het wezen van de menselijke persoon en is derhalve evenals de menselijke persoon een doel op zich en niet louter een middel dat de menselijke persoon voor welk doel dan ook kan gebruiken. Johannes Paulus II schrijft in zijn encycliek Veritatis splendor:

“Een vrijheid die pretendeert absoluut te zijn, behandelt het menselijk lichaam uiteindelijk als een ruw gegeven ontdaan van betekenis en morele waarden, zolang de vrijheid het niet in haar project opgenomen heeft” (nr. 48).[21] 

Het menselijk lichaam is echter niet een ruw gegeven, maar heeft, omdat het behoort tot het wezen van de menselijke persoon, zijn doeleinden en betekenis die deze zelf niet kan veranderen.

Man en vrouw zijn geen twee verschillende soorten, maar vertegenwoordigen twee verschillende en wederzijds complementaire vormen van participatie aan dezelfde menselijke natuur. Deze complementariteit betreft niet een verschil in volmaaktheid of rang, maar de wederzijdse rol in de voortplanting. Noch de man, noch de vrouw is alleen in staat voort te planten. Zij kunnen het alleen maar samen doen: zoals de man als de vrouw hebben daarin een eigen fysiek-biologische rol die hen aan elkaar complementair maakt.

“Man en vrouw zijn geen twee verschillende soorten, maar vertegenwoordigen twee verschillende en wederzijds complementaire vormen van participatie aan dezelfde menselijke natuur. ” Schilderij van Edmund Blair Leighton, 1920.

De complementariteit van man en vrouw beperkt zich niet tot het terrein van het huwelijk en de voortplanting, maar betreft ook hun bio-psychische verschillen, die doorwerken in hun relatie van echtgenoten en in hun relaties met derden en met de maatschappij. Een man heeft een overwegend rationele instelling en een veeleer abstracte innerlijke wereld, brengt over het algemeen minder gemakkelijk gevoelens tot uitdrukking en heeft een voorkeur voor het avontuur en het experiment. Een vrouw richt zich daarentegen vooral op concrete dingen, heeft een sterkere intuïtie, brengt gemakkelijker gevoelens tot uitdrukking en is over het algemeen zorgzamer. Door hun complementariteit, die noch de een, noch de ander uitsluit van verschillende maatschappelijke sectoren, vullen zij elkaar aan in het gezin, in het maatschappelijke en het professionele leven. Ook niet gehuwde mannen en vrouwen dragen overeenkomstig hun complementariteit buiten het terrein van het huwelijk en de voortplanting met hun talenten bij aan het persoonlijke en maatschappelijke leven.

Johannes Paulus II heeft dit alles verrijkt vanuit theologisch perspectief door middel van zijn theologie van het lichaam.[22] Het eerste hoofdstuk van het boek Genesis[23] koppelt de scheiding van het menselijke wezen in twee verschillende biologische geslachten rechtstreeks aan zijn naar Gods beeld geschapen zijn.

“God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen” (Gen. 1, 27).

Hierop volgt onmiddellijk het gebod van God aan de man en de vrouw voort te planten en de schepping als rentmeesters te beheren en ontwikkelen:

“Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar; heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt” (Gen. 1, 28).

Johannes Paulus II combineert dit in zijn catechese over de theologie van het lichaam met zijn exegese over het tweede hoofdstuk van Genesis, waarin het huwelijk wordt beschreven als de meest intense gemeenschap van twee menselijke personen.[24]

“Zo komt het dat een man zijn vader en zijn moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht, dat zij volkomen één worden”(Ge. 2, 24).

Er is één God in drie Personen. God is in zichzelf een gemeenschap in drie Personen die in hun onderlinge relaties verschillend zijn, elkaar liefhebben en zich wederzijds geheel aan elkaar geven. Iets van de “eenheid van de Drie-eenheid” wordt op analoge wijze weerspiegeld in de meest intieme gemeenschap van personen die er is, dat wil zeggen het huwelijk, waarin man en vrouw, beiden menselijke wezens, maar aan elkaar complementair, elkaar liefhebben en zich wederzijds geheel aan elkaar geven, dat wil zeggen op geestelijk, affectief en fysiek niveau (Mulieris dignitatem nr. 7;[25] Familiaris consortio nr. 11).[26]

Bovendien ziet Johannes Paulus II een analogie tussen het eeuwig voortkomen van de Zoon uit de Vader en van de Heilige Geest uit de Vader en de Zoon enerzijds en de menselijke voortbrengen anderzijds. De wederzijdse totale gave van man en vrouw in het huwelijk wordt vruchtbaar in het voortbrengen (en in de opvoeding) van nieuwe menselijke personen. Het voortbrengen in God is, hoewel geheel goddelijk en geestelijk, het absolute voorbeeld voor de menselijke procreatie, dat eigen is aan “de eenheid van de twee” (Mulieris dignitatem nr. 8).[27] Zowel het menselijke wezen in twee biologische geslachten, als de menselijke voortplanting zijn naar het beeld van God geschapen. De wezenlijke aspecten van het mannelijke en vrouwelijke geslacht, het echtgenoten, vader en moeder zijn en de menselijke biologische geslachten zijn derhalve op gelijke wijze verankerd in het geschapen zijn naar Gods beeld en maken deel uit van de scheppingsorde.

Simone de Beauvoir en de radicale feministen zien de onderdrukking van de vrouw, de verachting voor haar als object van seksuele begeertes, en voor haar als moeder, een wezen dat op een veeleer functionele wijze bestemd is voor de voortplanting en de opvoeding, als een gevolg van een rol, een gender die de maatschappij haar zou hebben opgedrongen. Johannes Paulus II ziet daarentegen als bron van de verachting van de vrouw de erfzonde, die het naar Gods beeld geschapen wezen zowel in de man als in de vrouw heeft verduisterd, maar met ernstigere gevolgen voor de laatste. Daarom zegt God tot de vrouw na de zondeval:

“Naar uw man zal uw begeerte uitgaan, hoewel hij over u heerst” (Gen. 3, 16).[28]

Daarom beveelt Johannes Paulus II als remedie tegen de discriminatie en de verachting van de vrouw, die men op een verschillende wijze in de geschiedenis van de mensheid ziet, de bekering aan tot de erkenning dat zowel de man als de vrouw op de eerste plaats menselijke wezens zijn met dezelfde waardigheid, beiden geschapen naar het beeld van God. En hij beveelt ook aan zich te bekeren tot de erkenning dat hun wederzijdse complementariteit als gevolg van hun biologische verschillen, de wezenlijke aspecten van hun gender inbegrepen, geworteld is in hun zijn.

Gevolgen van de gendertheorie voor de verkondiging van het christelijk geloof

De gendertheorie heeft ernstige gevolgen voor de verkondiging van het christelijk geloof.

Op de eerste plaats is de gendertheorie door het bijna geheel loskoppelen van de gender van het biologische geslacht, radicaal in strijd met de leer van de Kerk die inhoudt dat seksuele relaties alleen tussen een man en een vrouw binnen het huwelijk moeten plaatsvinden en wel zo dat deze altijd moeten openstaan voor de voortplanting. De gendertheorie houdt daarentegen een vrije keuze van het geslacht in, onafhankelijk van het biologische geslacht en accepteert ook dat seksuele handelingen wordt verricht op een wijze die voor ieder individu het beste is, ook buiten het huwelijk en die niet openstaat voor de voortplanting, zoals die tussen personen van hetzelfde geslacht. Bovendien propageert zij het zogenaamde huwelijk tussen personen van hetzelfde biologische geslacht en vindt het moreel acceptabel dat zij kinderen kunnen accepteren. Zij accepteert ook buitenechtelijke seksuele relaties, het draagmoederschap en de kunstmatige voortplanting. Bovendien accepteert zij dat het geven van een nieuw biologisch geslacht aan een transgender ook sterilisatie inhoudt.

Op de tweede plaats propageert de gendertheorie, die haar wortels heeft in het radicale feminisme, het legitimeren van abortus provocatus – in eufemistische termen gezien als onderdeel van seksuele en reproductieve rechten – om te voorkomen dat een ongewild zwangere vrouw gedwongen wordt de rol van moeder op zich te nemen. Deze rol wordt immers beschouwd als een rol die de vrouw in het verleden door de westerse maatschappij is opgedrongen en vandaag in veel landen in de wereld nog steeds wordt opgelegd.[29]

Vader, moeder en kind bidden voor het eten. Schilderij van Jan Steen, 1660.

Op de derde plaats verhindert de gendertheorie de verkondiging van het christelijk geloof door de rol van vader, moeder, echtelieden, het huwelijk en de relatie tussen kinderen en ouders te ondermijnen. Wij moeten ons realiseren dat de Heilige Schrift, de overlevering en het leergezag van de Kerk en vervolgens ook de katholieke theologie de analogie gebruiken van de relaties tussen de drie Personen in God en het goddelijke voortbrengen enerzijds en het huwelijk en de menselijke voortplanting anderzijds om het christelijk geloof te verkondigen. Het uithollen of veranderen van de betekenis van woorden als vader, moeder, huwelijk, vaderschap en moederschap maakt het moeilijk om het geloof te verkondigen in een God in drie Personen, God de Vader, Christus als Zoon van God de Vader, die mens is geworden, en Maria als bruid van de Heilige Geest. In de openbaring identificeert God zich als Vader en bruidegom van zijn volk Israël. Door de betekenis van de woorden echtgenoot en echtgenoot te ondermijnen ondermijnt men de mogelijkheid om het christelijk geloof op basis van deze categorieën te verkondigen. Zo brengt men ook schade toe aan de analogie tussen de relatie tussen Christus en de Kerk enerzijds en de relatie tussen echtgenoot en echtgenote anderzijds (Ef. 5, 21-33). Op deze analogie is onder andere het feit gebaseerd dat een priester een man moet zijn, omdat hij Christus in persoon vertegenwoordigt en daarom de Kerk als bruid heeft. Het loskoppelen van de gender van het biologische geslacht zou het gegeven of een priester een man of een vrouw is, irrelevant maken.

Slot

Het is dringend noodzakelijk de dwalingen van de gendertheorie aan te tonen, omdat hiermee niet alleen de seksuele moraal op het spel staat, maar zelfs de verkondiging van het christelijke geloof als zodanig.

+ Willem Jacobus Kardinaal Eijk



Gezin in Gevaar zet zich met 0 euro subsidie 100% in voor de verdediging van kind en gezin. Help mee met een gift!


[1] [1] Oxford English Dictionary online version, August 1, 2014), s.v. “Sex,” Noun 2. (http://www.oxforddictionaries.com/definition/english/sex) e s.v. “Genere,” Noun 1. (http://www.oxforddictionaries.com/definition/english/gender#gender__12).

[2] Een alternatief voor de gendertheorie is de ‘queer theory’, die zegt dat men iemand niet in een gender- of geslachtscategorie kan  indelen, maar dat de grenzen hiertussen vaag zijn..

[3] WORLD HEALTH ORGANIZATION, “Gender, equity and human rights at the core of the health response (1 maggio 2012),” vedi: http://www.who.int/gender/about/ger/en/.

[4] Dit geneesmiddel blokkeert de afscheiding van de gonadotropinen door de hypofyse, hormonen die de gonaden stimuleren om de geslachtshormonen testosteron en oestrogeen te produceren.

[5] Anderson R.T. vermeldt enkele van deze gevallen in zijn boek When Harry Became Sally: Responding to the Transgender Moment, New York/London: Encounter Books, 2018, Chapter III, pp. 49-76.

[6] SOMMERS CHR. HOFF, Who stole feminism. How women have betrayed women, New York/London: Simon & Schuster, 1994, particularly chapter 1 “Women under siege.”

[7] BEAUVOIR S. DE, Le deuxième sexe II: L’expérience vécue, Parigi: Gallimard, 1949, Deel I, Hoofdstuk I: “Enfance,” p. 13.

[8] Freud S., Drei Abhandlungen zur Sexualtheorie, Leipzig/Wien: Franz Deuticke, 1905.

[9] Dat wil zeggen de materialistische dialectiek en het structuralisme, zie: Eijk W.J., “L’ antropologia cristiana e la teoria del genere,”

(vedi: http://www.vatican.va/roman_curia/congregations/cfaith/incontri/rc_con_cfaith_20150114_esztergom-eijk_it.html), pp. 3-6.

[10] Firestone S., The dialectic of sex. The case for feminist revolution, New York: Bantam Books, 1970, p. 206.

[11] Ibid., pp. 206-207.

[12] Ibid., p. 209.

[13] Ibid.

[14] Simon P., De la vie avant toute chose, Parijs: Mazarine, 1979.

[15] Nietzsche Fr.W., On the genealogy of Morals, New York: MacMillan, 1897, First Essay “Good and Evil, Good and Bad,” nr. 13, p. 47.

[16] Butler J., Gender Troubles. Feminism, and the subversion of identity, New York/London: Routledge, 1990, pp. 24-25

[17] Ibid., p. 30.

[18] Deze opvatting betreffende de mens heet de ‘identity theory of mind’, vedi Armstrong D.M., A materialist theory of the mind, London/New York: Routledge & Kegan Paul/Humanities Press, 1968 (2a ed. nel 1993); LEWIS S.K., “An argument for the identity theory,” The Journal of Philosophy 63 (1966), pp. pp. 17-25.

[19] Deze dualistische opvatting over de mens komt men tegen in de geschriften van verschillende radicale feministen, cfr. SPELMAN E.V., “Woman as body: ancient and contemporary views,” Feminist Studies 8 (1982), n. 1, pp. 109-131.

[20] TWEEDE VATICAANS CONCILIE, pastorale constitutie Gaudium et Spes (7 december 1965), n. 14, AAS 58 (1966), p. 1035.

[21] JOHANNES PAULUS II, encycliek Veritatis splendor (6 augustus 1993),” AAS 85 (1993), pp. 1133-1228, citaat op p. 1171.

[22] John Paul II, Man and Woman He Created Them: A Theology of the Body, Michael Waldstein (red.), Boston: Pauline Books & Media, 2006.

[23] Algemene audiëntie van 12 september 1979, in: Ibid., 2:3-5, pp. 135-137.

[24] Algemene audiënties van 14 en 21 november 1979, in: Ibid., 9-19, pp. 161-169.

[25] JOHANNES PAULUS, encycliek Mulieris dignitatem (15 augustus 1988),” AAS 80 (1988), pp. 1653-1729, in het bijzonder pp. 1664-1667.

[26] JOHANNES PAULUS II, apostolische exhortatieFamiliaris consortio (22 november 1981),” AAS pp. 81-191, in het bijzonder pp. 91-93.

[27] JOHANNES PAULUS II, apostolische brief  Mulieris dignitatem,” op. cit., p. 1670.

[28] Ibid. nrs. 9-10, pp. 1670-1677.

[29] COPELON R., CHR. ZAMPAS, E. BRUSIE, J. DEVORE, “Human rights begin at birth: international law and the claim of fetal rights,” Reproductive Health Matters 13 (2005), pp. 120-129. Cf. SEN G., P. ÖSTLIN, Unequal, Unfair, Ineffective and Inefficient Gender Inequity in Health: Why it exists and how we can change it. Final Report to the WHO Commission on Social Determinants of Health, 2007, p. 17, vedi: http://www.who.int/social_determinants/resources/csdh_media/wgekn_final_report_07.pdf.